“We hebben al onze doelen behaald”

Hun Wmo beleid staat bekend als het ‘Spijkenisser model’. Een bewijs dat Spijkenisse samen met Rozenburg en Bernisse baanbrekend werk verrichtte. De drie gemeenten erkenden inderdaad als eerste de mogelijkheden van het MO-platform (toen nog E-select) van Stipter voor de toewijzing van huishoudelijke hulp.

Bekijk de video

Invoering Wmo

1 januari 2007: voor veel gemeenten een gevreesde datum. Op die dag trad de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in werking. En waren de gemeenten voor het eerst zelf verantwoordelijk voor de toewijzing van huishoudelijke hulp. De meeste gemeenten losten dit op via een gewone Europese aanbesteding. Spijkenisse koos een ander pad. Samen met Rozenburg en Bernisse ging het resoluut voor een gunning op cliëntniveau via Stipter.

Bewezen in kraamzorg, nu huishoudelijke hulp

“Stipter kwam als geroepen”, blikt Iris Sips terug. Iris is afdelingshoofd maatschappelijke ondersteuning in Spijkenisse. “We hadden snel in de gaten dat de Wmo grote problemen gaf. Zo waren er maar twee tarieven voor drie Wmo-producten. Hierdoor moesten aanbieders vaak dure hulp inzetten tegen lagere tarieven. Gevolg: financieel verlies en personeelsproblemen. Daarnaast strookte de databank niet met de werkelijkheid. Stipter bracht de oplossing. Zij hadden in de kraamzorg al bewezen dat hun individuele toewijzingssysteem goed werkte. We gingen aan tafel zitten en ontdekten dat we het konden ombouwen tot een toewijzingssysteem voor huishoudelijke hulp. Bovendien creëerden we drie productcategorieën waaraan we maximale uurprijzen verbonden. Iedere aanbieder die met deze maximumprijs akkoord ging én aan de kwaliteitseisen beantwoordde, kwam in aanmerking om huishoudelijke hulp te leveren.”

“Stipter bracht de oplossing”

De oplossing zelf én de bezieling van het Stipter-team maakten me laaiend enthousiast. De Stipter-teamleden verdedigen hun oplossing door dik en dun. Toch staan ze open voor suggesties, en zijn ze pas tevreden als alles perfect verloopt. En het allerbelangrijkste: hun technische expertise goot onze wensen feilloos om in een automatisch toewijzingssysteem. Een optimale wisselwerking die ons hielp om al onze ambities te realiseren.”: aldus Iris Sips.

Doelstellingen allemaal behaald

Wat waren eigenlijk de doelstellingen van de gemeente Spijkenisse? Iris: “In de eerste plaats natuurlijk tevreden klanten. Ten tweede wilden we een systeem waarmee we ook in de toekomst hulp blijven leveren. Via de traditionele modellen zou dat onbetaalbaar worden. Ten derde ambieerden we een goede prijs voor de geboden zorg. En ten slotte streefden we naar een mooie mix van grote en kleine zorgaanbieders, die flexibel kon inspelen op de actuele vraag. Stipter scoort hier nu vier op vier.”

Natuurlijk was er wel wat scepsis. Vooral het feit dat de klant niet volledig vrij was om zijn aanbieder te kiezen, streek sommige tegen de haren in. “De hulp kan inderdaad elk jaar wisselen”, geeft Iris toe. “Maar wij vinden het vooral belangrijk dat we iedereen de hulp garanderen die nodig is – nu én in de toekomst. Bovendien telt de voorkeur van de klant wel degelijk mee. Klantenenquêtes bewijzen trouwens dat de tevredenheidsscores na de invoering van Stipter niet zijn gedaald. De gemiddelde klanttevredenheid scoort boven de acht.”

“We kunnen iedereen de hulp garanderen die nodig is – nu én in de toekomst”

Meer keuzevrijheid

Daarbij komt dat het systeem de keuzevrijheid verhoogt. “Inderdaad”, knikt Iris. “Vóór Stipter hadden we een grote aanbieder, die nagenoeg een monopoliepositie innam. Wij wilden hem graag houden, maar de markt meer openbreken. Dat is met Stipter gelukt. Vandaag tellen we zes aanbieders, waaronder enkele hele kleine die zich tot lokale hulpverlening beperken. Wachtlijsten hebben we hier niet meer.”

Besparen zonder kwaliteit te vrezen

Het MO-platform leidt ook tot kostenbesparing. Iris: “De leveranciers bieden gemiddeld 10% korting om een opdracht binnen te halen. Dat geeft de gemeente natuurlijk extra budgettaire ruimte. Maar er is meer. Omdat het systeem zó transparant is, hebben we meer dan ooit zicht op onze financiën. Vroeger gunden we een volumecontract en kregen we bulkfacturen. Nu is er voor elke hulp een individueel contract, waarop alles duidelijk vermeld staat: aanvang en einde van de hulp, klant, adres en bijvoorbeeld aantal te presteren uren. De controle is veel gerichter.”